Hoe een Bhutaanse vrouw als vluchteling in Nederland terecht kwam

T

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1942, werd er een meisje geboren in het dorp Dagana in Bhutan; een boeddhistisch koninkrijk tussen India en China. Op het moment dat zij ter wereld kwam, stortte er vlakbij het dorp een Amerikaans gevechtsvliegtuig neer. Verwijzend naar deze gebeurtenis werd de baby Amika genoemd. Het betekent zoiets als ‘land van kansen.’

Amika was pas tien jaar toen ze werd uitgehuwelijkt. Volgens de Vedische traditie bleef zij bij haar ouders wonen totdat ze volwassen was. Het echtpaar kreeg twee zoons en vier dochters. Tijdens het huwelijk overleed Amika’s man plotseling en stond ze alleen voor de zorg voor zes jonge kinderen.

Volgens de Bhutaanse wet zou elk gezin een stuk land van vijf hectare moeten krijgen van de overheid. Dat biedt sociale zekerheid, nodig om te overleven; net zoals een uitkering in Nederland. Toch kwam Amika er niet voor in aanmerking. De reden was dat zij en haar kinderen tot de etnische minderheid Lhosthampa behoren. Zij zou alleen land kunnen krijgen als het op de naam van de hoofdpersoon van de familie geregistreerd kon worden, namelijk haar echtgenoot. En die leefde niet meer. De Lhosthampa krijgen niet dezelfde rechten als de etnische meerderheid van de Bhutanezen. Dus Amika bleef achter zonder land en zonder woning.

Gedwongen door haar omstandigheden vroeg ze haar dorpsgenoten om hulp. Die gaven haar een hut, waar ze met haar kinderen kon wonen. Hoewel haar dorpsgenoten welwillend en behulpzaam waren, was het voor Amika moeilijk om te overleven zonder eigen grond waar ze voedsel op kon verbouwen. 

In 1985 maakte de Bhutaanse overheid een nieuwe wet die bepaalde dat iedereen die niet sinds 1958 geregistreerd land had, automatisch tot illegale immigrant werd verklaard. Deze ‘migranten’ werden vervolgd met militair geweld.

Vanaf 1991 werden de Lhotshampa verbannen. Net als meer dan honderdduizend anderen werd Amika gedwongen Bhutan te verlaten. In 1992 vluchtte ze van Bhutan naar een vluchtelingenkamp in Nepal. Net als in haar eigen land was ze ook hier afhankelijk van anderen. Amika bleef twintig jaar in het kamp wonen; haar kinderen trouwden er.

De Bhutaanse overheid heeft terugkeer van de Lhotshampa altijd geweigerd. De UNHCR heeft hen later verdeeld over acht westerse landen, waaronder Nederland en Amerika. Nederland heeft tussen 2008 en 2011 ruim 350 Bhutaanse vluchtelingen opgenomen, onder wie Amika en haar twee zoons. Haar dochters gingen naar Amerika. Amika moest dus afscheid nemen van een groot deel van haar familie én van iedereen die haar geholpen had in Nepal. Het was een pijnlijk afscheid.

Halverwege in Nederland

Samen met haar twee zoons en hun vrouwen kwam Amika in oktober 2011 in Haarlem aan als uitgenodigde vluchteling. De overheid regelde onderdak zonder dat ze in een azc hoefden te wachten. Amika kwam bij haar oudste zoon en zijn gezin te wonen. Haar jongste zoon en zijn gezin woonden in een ander huis vlakbij. Voor Amika voelde het alsof haar familiebanden definitief werden verbroken.

Ze vond het ook erg moeilijk om zich aan te passen aan de individualistische cultuur in Nederland. Ze was immers het collectieve van Bhutan en Nepal gewend. Amika huilde veel en dacht zelfs aan zelfmoord. Een medewerkster van Vluchtelingenwerk heeft haar toen naar het Bhutaanse Culturencentrum Platform BVCN in Boxtel gebracht om wat troost te vinden.

Amika legt uit waarom ze naar Nederland is gekomen terwijl eigenlijk voor Amerika had gekozen. De ouders van haar jongste schoondochter waren al lang geleden naar Nederland geëmigreerd, en woonden in Zaandam. Daarom wilde de schoondochter ook naar Nederland. Met wat geld van haar ouders en broers in Zaandam vormde ze binnen de familie van Amika een aparte groep om samen de UNHCR-medewerkers ervan te overtuigen om ze allemaal naar Nederland te laten komen. Daarom werd Amika’s verzoek om naar Amerika te gaan afgewezen. Nog dagelijks betreurt ze het dat het haar niet is gelukt haar levenslange ambitie te vervullen: Amerikaan worden.

Iets anders dat voor veel verdriet zorgde, was de aankondiging van een scheiding tussen haar schoondochter en zoon. In 2015 vertrok haar schoondochter met haar kleinkind naar Haarlem, waardoor opnieuw een deel van de familie werd afscheiden. Amika voelde zich bedrogen door de scheiding en vond het erg dat haar zoon en kleinkind in een lastige positie werden gebracht. Als de hele familie naar Amerika was gegaan, was dit niet gebeurd, denkt ze.

Amika huilde dag en nacht. Door de hevige huilbuien kreeg ze last van droge ogen en verminderde haar zicht. De huisarts concludeerde dat Amika een oogoperatie moest ondergaan. Maar door communicatieproblemen kon hij haar niet overtuigen van de noodzaak van die operatie. Na verloop van tijd werd Amika blind aan haar linkeroog. Toen ook het rechteroog steeds verder verslechterde, werd Amika toch overtuigd en heeft de chirurg de operatie uitgevoerd. Nu kon ze met één oog Amerika gaan bekijken.

Amika in Amerika

Wie vijf jaar legaal in Nederland woont, kan een Nederlands paspoort aanvragen. Dat is Amika’s grote geluk geweest. Toen ze het paspoort kreeg, in juli 2018, is ze als toerist naar Amerika gegaan. Drie maanden lang bezocht ze haar dochters en veel lieve dorpelingen uit Bhutan die in Amerika aan hun tweede leven waren begonnen. Zij gelooft dat als al haar zoons en schoondochters naar Amerika waren gegaan, ze productiever en sociaal actiever zouden zijn geweest dan in Nederland. Amika kwam in december terug, maar haar hart is ze in Amerika verloren.

Amika op Schiphol
Kopafbeelding Wikimedia Commons
Fotografie © Nanda Gautam

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in