In Eritrea, een geïsoleerd land in Oost-Afrika, is al jaren sprake van een totalitair regime. Er is geen persvrijheid, geen politieke vrijheid en geen godsdienstvrijheid. Sinds de onafhankelijkheid van Eritrea in 1991 zijn burgers in dit land verdwenen of vastgezet in gevangenissen of onbekende detentiecentra. Zo werden religieuze minderheden en Eritreeërs die tegen het regime zijn vastgezet. Daarnaast werden ook journalisten en dienstplichtontduikers gearresteerd.

Door de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (VN) werden talloze verhalen over de religieuze vervolging in Eritrea vastgelegd. Sommige gedetineerden die na een paar jaar vrij kwamen of ontsnapten meldden dat veel van de gearresteerden zijn gestorven in hun gevangenissen als gevolg van marteling, ziekte of jaren lang leven in onmenselijke omstandigheden.

Volgens de Mensenrechten Commissie van de VN zitten er in Eritrea in 2018 tussen 1.200 en 3.000 mensen vast in zestig gevangenissen vanwege hun geloof of religieuze overtuiging. De overheid in Eritrea verstoort de religieuze diensten bij mensen thuis of op andere plaatsen. Gelovige mensen werden zonder aanklacht opgepakt en vastgehouden onder zware omstandigheden. Eritrea heeft in de lijst van christenvervolging de vijfde plaats ter wereld gekregen.

Sinds het eind van de onafhankelijkheidsoorlog met Ethiopië in 1991 hebben jaarlijks duizenden vluchtelingen uit Eritrea asiel aangevraagd in omringende landen of in het westen. Volgens de onderzoeksrapport van de VN verbleven tegen het einde van 2016 bijna een half miljoen Eritrese vluchtelingen in andere landen. Een groot aantal Eritreeërs heeft zich niet in buurlanden als Sudan of Ethiopië geregistereerd, daardoor zijn de echte migratie- en vlucht cijfers veel groter dan de VN-statistieken melden. 

In de laatste dertig jaar vluchtten duizenden Eritirese azielzoeker naar hun buurlanden en naar het westen. Alleen al tussen 2014 en 2016 zijn 12.554 asielverzoeken door Eritrese vluchtelingen in Nederland ingediend. Aan de meeste azielzoekers uit Eritrea wordt in Nederland of andere westerse landen een verblijfsvergunning toegekend.

Mensenrechtenschendingen

Eritrea is een van de armste landen ter wereld en telt bijna zes miljoen inwoners. Het politiek systeem in Eritrea is gebaseerd op een nog steeds niet geïmplementeerde grondwet (1997) met alleen een politieke partij aan de macht (het ‘People´s Front for Democracy and Justice’). Het land wordt sinds 1993 door Isaias Afwerki als president geleid. Er zijn in dit land geen vrije presidents- en partementsverkiezingen.

De Verenigde Naties Commissie van de mensenrechten benadrukt dat de schendingen van de mensenrechten in Eritrea sinds de jaren negentig ernstig zijn. In een zeer kritisch rapport van juni 2015 concludeerde de commissie dat in de afgelopen jaren op grote schaal mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. In het laatste rapport van de VN Commissie van juni 2017 werd gezegd dat in het algemeen geen echte verbeteringen van burgerlijke rechten zoals politieke vrijheid, persvrijheid of religieuze vrijheid in Eritrea hebben plaatsgevonden.

De armoede en werkloosheid zijn niet de enige redenen om het land te verlaten. Een van de belangrijkste oorzaken van de massale vlucht uit Eritrea is de langdurige dienstplicht van mannen en vrouwen tussen 18 en 50 jaar. Eritreeërs krijgen vanaf 15 jaar militaire training. Zij zijn dienstplichtig en in de praktijk duurt deze dienstplicht vaak jaren langer dan de voorgeschreven 18 maanden.

Staatscontrole over de erkende religies en de onderdrukking van niet erkende godsdiensten zijn al jaren bekend en door mensenrechten organisaties onder de loep genomen. Thomas Reese, lid van de Commissie Godsdienstvrijheid van de Verenigde Naties, bevestigde in april 2018  het onderzoek van Release Eritrea. Eritrea blijft een van de landen waarin de staat godsdienstvrijheid onderdrukt.

Erkende religies in Eritrea

In het laatste rapport van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (juni 2018) over Eritrea staat het volgende:

“De Eritrese wetgeving en de niet geïmplementeerde grondwet voorzien in vrijheid van godsdienst. In de praktijk beschermde en respecteerde de overheid deze vrijheid niet en daarin is het afgelopen jaar geen verandering gekomen. Ook de beperking van godsdienstvrijheid tijdens de militaire en maatschappelijke dienst is in de verslagperiode niet gewijzigd. Het was soldaten en dienstplichtigen in het leger verboden hun geloof te belijden.”

Ongeveer 50 procent van de bevolking in Eritrea is christen, waarvan bijna 40 procent orthodox is, 5 procent rooms-katholiek en de andere 5 procent tot kleine religieuze groepen behoort, waaronder de protestantse kerken. De andere helft van de bevolking is moslim en voornamelijk soenniet. Moslims en christenen leven al eeuwen in vrede naast elkaar. Naast de islamitische Eritreeërs mogen ook orthodoxe christenen, protestanten en katholieken wettelijk hun geloof uitoefenen. Andere stromingen, zoals de pinkstergemeente en Jehovah’s getuigen worden niet getolereerd. De regering ontkent dat er sprake is van geloofsvervolging in Eritrea.

Demonstreren tegen het regeringsbeleid of het uiten van kritiek is niet mogelijk in Eritrea. De orthodoxe patriarch Abune Antonios, die in 2006 protesteerde tegen de overheidsbemoeienis in de Orthodoxe Kerk, werd voor jaren onder huisarrest geplaatst op een onbekende locatie. Volgens de VN Onderzoekscommissie weigerde de patriarch in 2017 zijn excuses aan te bieden aan president Afwerki voor zijn eerdere protesten.

Niet-erkende religieuze groeperingen

De regering van Eritrea voert een specifiek beleid van religieuze vervolging, dat in het bijzonder gericht is tegen leden van religieuze groeperingen buiten de vier groepen die door de regering worden erkend en gecontroleerd.

Het aantal evangelische christenen in Eritrea wordt op zo’n 20.000 geschat. Voor deze groep is de mensenrechtensituatie zorgelijk. Vooral diegenen die actief hun geloof uitoefenen worden opgepakt. In de afgelopen jaren werden de leden van niet-erkende religieuze groeperingen zoals Baptisten, Evangelische groeperingen, Pinkstergemeentes en Jehova’s getuigen ernstig bedreigd. Zij hebben allerlei beperkingen bij het uitoefenen van hun geloof meegemaakt.

Zo zijn twee aanhangers van Jehovah Getuigen, Habtemichael Tesfamariam en Habtemichael Mekonen, begin 2018 overleden in de Mai Serwa-gevangenis, vlakbij Asmara. Zij waren al bijna tien jaar in gevangenschap vanwege hun religieuze overtuiging.

In het laatste rapport van het Ministerie van Buitenlandse zaken (juni 2018) staat het volgende:

“Jehova’s getuigen hebben nog steeds te maken met ernstige discriminatie. In 1994 vaardigde president Afwerki een decreet uit waardoor Jehova’s getuigen geen aanspraak meer konden maken op identiteitskaarten en overheidsdiensten. Hierdoor kunnen ze geen geboorten, huwelijken of sterfgevallen laten registreren, land of huizen in eigendom verkrijgen of paspoorten of uitreisvisa verkrijgen. Ook zijn ze uitgesloten van banen bij de overheid. Zowel de weigering van Jehova’s getuigen om mee te doen aan het referendum van 1993 als om militaire dienstplicht te vervullen is een reden voor uitsluiting van burgerrechten. Een Jehova’s getuige, Tsehaye Tesfamariam, overleed in detentie op 30 november 2016.”

Gevluchte aanhangers van Jehova’s getuigen die in de westerse landen een asielaanvraag indienen, moeten zich zonder officiële identiteitskaarten of geboorteakte bij de autoriteiten melden, wat in de praktijk vaak tot afwijzing van hun asielaanvraag kan leiden.     

Na het gesloten vredesverdrag tussen Eritrea en buurland Ethiopië in de zomer van 2018, zijn er in de internationale gemeenschap speculaties ontstaan dat de overheid van Eritrea zich langzamerhand voor het verbeteren van de mensenrechten in het land zou gaan inzetten. Toch is tot nu toe geen enkel bewijs van een nieuw menselijk beleid ten aanzien van de burgers in Eritrea.

Fotografie: © Rob Godfried

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in