S

inds de uitbraak van het coronavirus kwam er steeds meer aandacht voor zorgmedewerkers. Een van die zorgmedewerkers is Marina Strijbis, verpleegkundige in het Spaarne Gasthuis. Zij zag de afgelopen weken hoe het beleid binnen het ziekenhuis veranderde sinds de coronacrisis. Ook vertelt ze hoe zij en haar collega’s omgingen met de coronapatiënten.

Strijbis is sinds 2000 verbonden aan het ziekenhuis en werkt afwisselend op de intensive care (ic) en de spoedeisende hulp. Juist die afwisseling vindt ze leuk. Maar sinds de corona-uitbraak, werkt ze alleen op de ic. “Het was vreemd dat opeens alles om corona draaide”, zegt Strijbis, “terwijl er dagelijks ook mensen sterven door andere oorzaken.”

Vanaf het begin waren de diensten intensief, vertelt ze. “De artsen en het verplegend personeel kenden het ziektebeeld van corona niet, en dus wisten ze niet wat ze konden verwachten. Dat plaatst je voor verrassingen en dat kost meer energie. Als je weet hoe de bloeddruk en de beademing reageren, kun je daarmee rekening houden en daarop inspelen. Nu lagen er coronapatiënten aan de beademing bij wie het kon zijn dat er ineens weinig bloeddruk was, of bijna geen lucht meer in de longen kwam.”

“Dat vraagt alertheid en van elkaar leren hoe we met deze situaties om moeten gaan. Uitvinden wat goede zorg is voor een coronapatiënt. Wat je beter wel en niet kunt doen”, zegt Strijbis. “Dit hebben we opgeschreven en met elkaar gecommuniceerd, zodat je ook na een paar vrije dagen op de hoogte was welke ontwikkelingen op de afdeling hadden plaatsgevonden.”

‘Ik voelde mij een indringer’

Ze vervolgt: “Dat patiënten geen bezoek mochten ontvangen, vond ik sneu. Als een vader ernstig ziek is, in slaap is gebracht, en geholpen wordt met de ademhaling, is dat voor mij een normale ic-patiënt. Ik zorg dat de medicijnen blijven lopen, de beademing goed gaat en de vitale waardes op orde blijven. Maar toen een zoon of dochter niet bij zijn vader kon zijn, of een echtgenote niet bij haar man, dat is erg. Ik moest hen videobellend hun vader laten zien, liggend aan alle slangen en draden terwijl de familie lieve woorden zei tegen hun vader om de moed erin te houden en niet op te geven. Dan stond ik er als tussenpersoon bij en voelde ik me een indringer; niet alleen ik had daar moeten staan aan het bed van de zieke man, maar ook de familie. De man is uiteindelijk overleden. Daar was de familie bij. Met drie personen mochten ze zijn hand vasthouden toen hij overleed.”

“Samen met collega’s praat je daarover. Dat is goed. Je deelt je gevoelens met elkaar. Maar verpleegkundigen zijn ook nuchtere mensen”, vertelt de verpleegkundige. “We wisten dat we weer verder moesten en vol energie zorgden we weer voor de andere patiënten. Ik vond dit ook prima en heb er gelukkig geen nare gevoelens aan overgehouden.”
Voor haar familie en vrienden schreef Strijbis een coronablog. “Ik werd overladen met lieve woorden van bemoediging en veel mensen baden voor me tot God om kracht. En God heeft me dat gegeven. We zijn als team krachtig en vol goede moed. Met elkaar hebben we de schouders eronder gezet en zijn we vol voor de patiënten gegaan. Er werd niet geklaagd, maar hard gewerkt. Een bijzondere tijd om mee te maken.”

‘Bijzonder om te zien hoe zorgverleners samen voor de patiënt staan’

In een van haar blogs schrijft Marina: “Een kleine blik op de corona-ic. Ingepakt in schort, mondkapje, handschoenen en een soort skibril ga ik de afdeling op. Een ruimte waar eerst onderwijs werd gegeven, is nu omgezet naar ic. Verder zijn de kamers ingericht zonder gordijnen. De oude nachtkastjes die er staan, zijn afgeschreven.”

Volgens Strijbis was de zorg voor coronapatiënten grotendeels hetzelfde als die van andere ic- patiënten. “Behalve dat het normaal al veel is als je drie patiënten in buikligging hebt. Nu hadden we er achttien in buikligging. Die moeten steeds gedraaid worden. Het maakt het zwaarder als je niet op de automatische piloot weet waar je materiaal ligt. Ik werk met een bril die beslaat. Daarnaast draag ik een schort en mondkapjes die ervoor zorgen dat je het altijd warm hebt. Maar ook dat went. We waren dankbaar dat we alles hadden aan materiaal.”

“Het was fijn dat ik samenwerkte met een chirurg, een uroloog en een traumatoloog. Voor hen was dit ook nieuw. Ze voelden zich weer arts-assistent, maar wilden heel graag helpen en leren. Dat is toch supermooi. Het gaat erom dat we met elkaar de schouders eronder zetten. Het is bijzonder om te zien hoe we als zorgverleners samen voor de patiënt staan.” Ze voegt eraan toe dat ze vooral ook met haar hart heeft gewerkt. “Ik geloof in God. Dat is mijn houvast en daarom ben ik nooit bang geweest.”

Foto: Rob Godfried

1 Reactie

  1. Lieve groet, Marina!
    Veel aan jullie in het Spaarne gedacht deze periode!
    Toppers!
    Elzelien ( oud- gipsverbandmeester Spaarne Hoofddorp)

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in