I

n deze columnserie schrijft Salwa Zaher over de reis van Syrië naar Nederland. Met haar ervaringen wil zij Nederlanders laten zien welke dilemma’s ze tegenkomt als statushouder, vrouw, moeder van twee kinderen en Syrische journalist in Nederland. In haar zesde column beschrijft ze hoe het is om op vijftigjarige leeftijd een studie te volgen op het mbo.

De geschiedenis van mijn leven herhaalt zich als een klucht

Iedere ochtend fiets ik met de verloren dromen in mijn hoofd naar het Nova College in Haarlem, waar ik verzorging studeer. Als ik op mijn fiets zit zie ik het beeld voor me van mijn vader die Karl Marx aan het lezen is. Mijn vader was gek op het marxisme en socialisme. Hij vond dat Marx een geweldige filosoof was en dat zijn theorie altijd en overal toegepast kon worden. Op de fiets besef ik dat er geen overtuigende filosofische theorie is die een goede analyse van mijn situatie kan maken. Misschien vinden sommige mensen de berg problemen waar ik tegenaan loop geen probleem of een luxeprobleem. Maar voor mij is het een catastrofe. Ik vind dat mijn levensgeschiedenis zich herhaalt, eerst als tragedie en daarna als klucht. Karl Marx en zijn vriend Hegel spraken veel over arbeidsproblemen en over de verhouding tussen arbeiders en werkgevers. Maar zij gaven geen interpretatie over de rechten van de arbeidersvrouwen na vijftig jaar.

Inburgeren is niet leren AH-zegels te sparen

Het idee van inburgeren in Nederland vind ik prima, maar voor mij was dat niet alleen de Nederlandse taal op niveau A2 leren, fietsen of AH-zegels sparen. Inburgering gaat niet alleen over de hoeveel bijstand ik per maand krijg of hoeveel huurtoeslag ik terugkrijg. Inburgering gaat voor mij over hoe ik het echte leven kan terughalen. Hoe ik mijn eigenwaarde en zelfrespect als mens kan terugkrijgen. Ik heb veel geprobeerd om werk te vinden, maar helaas leidde het nergens naar. Ik heb veel gesolliciteerd als journalist of redacteur en ik had een sollicitatiegesprek voor een stage, maar altijd kreeg ik hetzelfde antwoord: ‘Helaas hoor je niet bij onze selectie’. Toen ik mijn nieuwe Nederlandse vrienden, die ook journalist zijn, vroeg waarom geen enkel bedrijf mij voor een sollicitatiegesprek uitnodigde lachten zij en vroegen zij naar mijn leeftijd. Onbewust antwoordde ik dat ik vijftig jaar ben. Mijn vriend vertelde me dat het ook voor Nederlanders boven de vijftig moeilijk is om werk te vinden, want werkgevers investeren in jonge mensen. Studenten en jonge mensen zijn goedkoop. Mijn vrienden vertelden mij veel over de problemen in de mediasector. Ik was het er niet mee eens want ik dacht dat ik een sterk CV en een brede ervaring had.

Mijn diploma van de Universiteit van Damascus heb ik met trots in mijn slaapkamer liggen. De universiteit in de Syrische hoofdstad was een van de meest gerenommeerde universiteiten in het Midden-Oosten tot 2011. Ik had meer dan vijftien jaar ervaring in de journalistiek en heb in Syrië en Egypte gewerkt. Daarnaast volgde ik in 2010 een stage bij het Europese parlement. Maar uiteindelijk besef ik dat ik nu niet als journalist aan de slag kan, niet alleen omdat ik vijftig jaar oud ben, maar ook omdat ik geen groot netwerk heb. Ik realiseer mij dat ik geduld moet hebben om een netwerk opnieuw op te bouwen in een land waarin ik niemand ken. Toen ik geen werk kon vinden besloot ik om een nieuwe opleiding te beginnen. Bij de keuze van een opleiding was opnieuw mijn leeftijd een probleem. Ik wilde media en communicatie studeren, maar mijn studiebegeleider bij het UAF raadde het mij af, vanwege de hoge werkloosheid. De enige mogelijkheid om toch aan werk te komen, was een opleiding in de zorg bij het Nova College. Ik overtuigde mijzelf om toch deze opleiding te doen met als doel mijn taal te verbeteren, want er is veel contact met mensen.

Studeren tussen de tieners

Via mij opleiding dacht ik mijn netwerk te vergroten. Uiteindelijk vond ik mijzelf in een BOL (Beroeps Begeleidende Leerweg) opleiding met 25 medestudenten, waarvan de helft nog geen twintig jaar is. In de les concentreer ik mij op de woorden van de docenten en niet op de rest van de les. Woord voor woord begrijp ik het college. Soms voel ik dat ik helemaal in de war ben. In elke les had ik hoofdpijn, want mijn hersenen konden het nieuwe systeem niet aan. Alle boeken zijn digitaal. Nieuwe informatie. Huiswerk met een boel nieuwe woorden. Jonge medestudenten kunnen alles typen, maar ik kan dat niet want ik behoor niet tot de digitale generatie. Mijn hersenen kunnen geen digitale informatie onthouden. Pen en papier zijn al dertig jaar mijn hulpmiddelen. Mijn studieleven herhaalt zich op een slechte manier. Tijdens mijn studie Engels literatuur in Damascus had ik een ander beter gevoel. Mijn motivatie en dromen van vroeger zijn nu anders.
Hier in Nederland voel ik mij gediscrimineerd door de regels. Ik zit met minderjarige medestudenten die kunnen lachen van oor tot oor over mijn Nederlandse uitspraak. Ik word gepest. Mijn hoofd zit vol met problemen en ik kan niet eens glimlachen. Ik word gediscrimineerd door de regels. Alle studenten hebben gratis Studenten OV en nemen de bus. Ik moet veertig minuten heen en veertig minuten terugfietsen. Alle studenten konden zelf een stage kiezen die zij leuk en dichtbij was. Ik niet. Ik ben niet blij en niet verdrietig. Ik zou willen dat Marx en Hegel een nieuw manuscript schrijven om de aandacht volledig te richten op de verhouding tussen nieuwkomers en de arbeidsmarkt. Nieuwkomers en vluchtelingen zijn mensen en hebben hun eigen economisch beleid, filosofie en cultuur. Zij hebben recht op een nieuwe kans, vooral vrouwen die vijftig jaar oud zijn.

Fotografie: Wikimedia Commons

3 Reacties

  1. Ik bewonder je doorzettingsvermogen. Om je netwerk uit te breiden neem contact op met Liz Tuythof. (Gemeente Amsterdam of via Facebook) Of heb je dat al? Je verdiend meer dan op het Nova in de bankjes te zitten! Blijf schrijven, schrijven, schrijven, waar je hart ligt.

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in