I

n deze serie vertelt Saeed Al-Gariri over zijn ervaringen als vluchteling in Nederland. Reflecties vol humor en poëzie, waarin hij de balans probeert terug te vinden in zijn nieuwe leven.

Tijdens een wandeling mediteerde ik over mensen, dieren, fietsen, bomen en rozen. In een zomercafé schreef ik aantekeningen voor nieuwe teksten. In het café heb ik met niemand contact, behalve met de serveerster en ober, die mijn gevoelens hebben gestreeld met hun prachtige glimlach en woorden. Ze hebben lampen van liefde voor dit land ontstoken in mijn hart. Vervolgens wandelde ik terug naar het AZC met een hoofd vol poëtische gedachten.

In het AZC had ik een sombere buurman, een oude man met Aziatische gelaatstrekken. Hij was ongeveer 67 jaar en had een gekromde rug. Hij was afgemat en verdrietig, met een armoedig uiterlijk en een bleek gezicht. Elke dag liep hij zwijgend en eenzaam heen en weer. Toen ik hem een ‘goedemorgen’ wenste, knikte en mompelde hij. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid op. Waarom zwijgt hij altijd? Is hij stom?

‘Ein Tisch ist ein Tisch’

‘s Middags lag ik in bed om te ontspannen. Ik ben aan het geheim van die oude man blijven denken. Waarom ken ik geen enkel ander verhaal van de Zwitserse schrijver Peter Bichsel?* Ik ken alleen ‘Ein Tisch ist ein Tisch’.

De hoofdpersoon was een oude man met een eentonig leven, een man die geen woord zei, en een vermoeid gezicht had waar je moe van zou worden. Hij droeg een grijze hoed, een grijze broek en een grijze jas. In zijn kamer stonden twee stoelen, een tafel, een kleed, een bed en een kast. Op een tafeltje een wekker, met ernaast oude kranten en een fotoalbum. Aan de muur een spiegel en een foto.

Hij had een vermakelijke manier bedacht om de verveling te bestrijden. Elk ding in zijn kamertje gaf hij een nieuwe, lukrake betekenis. Bijvoorbeeld: de tafel noemde hij tapijt, hij zei bed tegen de krant en het fotoalbum noemde hij spiegel. Het spel gaf hem het gevoel dat het leven mooi en plezierig was.

Norse buurman

Met mijn oude buurman als literaire achtergrond schreef ik een gedicht, met een titel die was geïnspireerd door het verhaal van Bichsel: ‘Speelgoed van de oude man’. Het  personage in de tekst was een mengsel van de twee oude mannen en mij. Je zou het als een literair masker kunnen beschouwen. Het was ook voor mij een spel dat de verveling moest verdrijven. En een poging om gevoelens te uiten in een nieuwe stijl.

Tafel, laptop, mobieltje, televisie, bril, spiegel,

Tapijt, kast, stoel, koelkast, bed,

En slechts vier boeken in mijn kamertje.

Ik schaterde van plezier bij het ochtendgloren

Daarna sliep ik blij op mijn bril tot aan de ochtend.

 

Ik poetste mijn tanden met de kast,

en dronk water uit de tv.

Op de afstandsbediening was er

Brood, kaas, en thee met melk.

 

Ik ontbeet…

Ik schikte mijn haar, in de spiegel straalde mijn gezicht zoals de ochtend.

Ik nam de tas mee, en ging naar buiten.

Ik weet het niet, mijn vriend Peter,

Maar ik ben dankbaar voor jou, sinds je de tafel op zijn kop had gezet.

 

Ik heb een oude buurman.

Hij is verstomd. Elke dag is hij verdrietig en nors.

Hij meet de tijd zonder tijd.

Als ik hem ‘goedemorgen’ wens, schudt hij zijn hoofd en glimlacht

Maar een halve glimlach, en hij mompelt.

Zijn ochtend is net zoals zijn avond, maar de ochtend is saai.

Oh vriend, de verveling is de kamer van de verdrietige buurman.

Als hij terugkomt, vindt hij alles, elke naam, elke gisteren is zoals eergisteren.

Zijn tijd stopte, zijn dagen zijn hetzelfde, ze brengen niets nieuws.

Weet hij wat de oude man heeft gedaan?

Het vervangingsspel is een heerlijke verleiding.

Het is een spel.

Als mijn buurman het weet, lacht zijn wereld ‘s ochtends

En de avond van verveling zal weggaan.

 

Kamer betekent televisie.

Tafel betekent afstandsbediening.

Tapijt betekent stoel.

Kast betekent tandenborstel.

Koelkast betekent sleutel.

bed betekent bril.

Wat betreft het bed…

het betekent bril.

 

Als hij ‘s nachts wil slapen,

gaat hij daar naartoe.

Het is een verleidelijk en gezellig spel,

Maar het is een schrikspel,

ook net zoals de schrik van die grot,

Waar de ochtend dezelfde ochtend is.

De nacht is dezelfde nacht.

De week is dezelfde week.

De maand is dezelfde maand

Zoals een slapende hond

Zoals het jaar dat op de drempel van de grot gaapt.

Ik heb mijn namen vervangen:

Woestijn betekent een bron van wijn,

In de uithoeken van de bewolking.

Tafel betekent een brug van de wijndruif naar de dronkenschap.

Bed betekent een wolk waarop ik slaap.

De motregen van de eerste verbazing laat me dansen,

met een fluistering zoals een vuur.

Ik ben met dans vlammend,

maar ik wil graag meer en meer.

Met het schrijven probeerde ik moeilijke momenten door te komen, frisse lucht te scheppen, die ik elke dag in kon ademen. Ieder gedicht was een buitengewoon plezier, want ik ontdekte nieuwe uithoeken in mijn gevoelens, het universum en de taal.

*Peter Bichsel (geboren 24 maart 1935) is een populaire Zwitserse schrijver en journalist eneen vertegenwoordiger van de moderne Duitstalige literatuur.

Fotografie: Rob Godfried

Laat een reactie achter

Laat een opmerking achter
Vul je naam in